Wie het werk van Ellen regelmatig gezien heeft, moet erkennen dat zij met haar schilderijen in de laatste jaren in een stroomversnelling is gekomen. Zij heeft zich altijd al aangetrokken gevoeld tot vormen en kleuren. Ook in haar opleiding tot lerares speelden deze gegevens al een rol. Na een aantal jaren nam ze daadwerkelijk het penseel ter hand. Eerst echter werkte ze veel met pastelkrijt en wel met behulp van een zeer aparte techniek. Daarna volgde olieverf en momenteel acrylverf. 

Haar vroege werk is vaak sterk illustratief terwijl we nu veel non-figuratieve en organische schilderijen zien. Waren de kleuren in Ellen's eerdere stillevens al haar sterke kant, in de werken van nu is het kleurgebruik nog harmonieuzer, nog meer op elkaar afgestemd en verfijnder.

Ellen probeert uitdrukking te geven aan een gevoel, een sfeer, in de vorm van een bepaalde kleur of een kleurpatroon. De vorm is ondergeschikt geraakt aan de de door de kleuren ontstane figuren. De kleuren bepalen de sfeer, zij drukken de gevoelens uit. Ellen hecht nog wel aan een schetsmatig opgezette compositie maar die is meer richtinggevend dan normstellend.  Elk werk is een zoeken, een aftasten. Haar werk is een exploratie van de eigen identiteit, het uitdrukken van een gevoel en het schilderen pur sang. Zoals Ellen zegt: er is meer...
Tekenen was op school een van de liefste bezigheden van Marie-Louise en mede daarom heeft zij vanaf haar zestiende jaar lessen gevolgd op de vrije academie te Venlo. Haar docenten in die tijd waren Huub van Gerven en Louis Smeets. Na een vijftal jaren tekencursussen koos zij voor boetseren en beeldhouwen met als docenten Wim Rijvers en Jac van Someren. De eerste jaren werd veel gewerkt met modellen en ontstonden nogal wat figuren uit klei. Wim Rijvers bood de mogelijkheid om een maal per week, onder zijn begeleiding, in zijn atelier te Kessel te komen werken.

Er werd meestal met was gewerkt en er ontstonden vele bron-zen beelden. Vanaf 1990 werkt Marie-Louise onder begeleiding van Tom Seerden in Kessel. Deze beelden zijn groter van afmeting. De boetseerwas wordt in cire perdue (verloren wasvorm) in brons gegoten. Na het gieten worden de beelden afgewerkt, geschuurd, gepolijst en gepatineerd. In het werk van Marie-Louise zijn menselijke relaties en elementen uit de natuur een regelmatig terugkerend thema.

Het is voor Marie-Louise belangrijk dat de kijker de ruimte heeft om er zijn eigen gedachten en interpretaties aan te geven. De kijker is een onderdeel van het geheel, hij maakt het beeld af.
Ellen 
Bayens
Schilderijen

Marie-Louise Caubo
Beelden