“Mijn schilderijen gaan over appelen en peren, over mooi en slecht weer, over vrouwen. Niet over de problemen die de mensheid bezighouden, niet over oorlogen, over honger in de wereld. Mijn schilderijen gaan over de wereld heel dicht om me heen”.











Harry op de Laak werd in 1925 te Venlo geboren. Daar was hij leerling van Sef Moonen en vervolgens aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam bij Professor H.M.E. Campendonk. In 1952 behaalde hij de Koninklijke subsidie voor jonge schilders. Van 1973 tot 1985 was hij Hoogleraar aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam in Monumentale en Versierende schilderkunst. Een groot aantal werken in keramiek, wandschilderingen, betonreliefs, glasramen, gobelins zijn terug te vinden door heel Nederland. Het werk is vertegenwoordigd in rijks, gemeente, en particuliere collecties. Op 7 mei 2005 werd Harry, tijdens zijn 80ste verjaardag tentoonstelling in de Nieuwe Kerk, geridderd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, door de burgemeester van Beersel, de heer drs. L.M. Oord.


Maakte deel uit van de in 1948 opgerichte vereniging 'De Realisten' en richtte samen met Nicolaas Wijnberg en Hans van Norden de Amsterdamse galerie 'Kabinet Floret' op en zat in de beoordelingscommissie die adviezen gaf voor aankopen van de in 1968 opgerichte Stichting 'Henriette Antoinette' welke zich ten doel stelde kunstwerken te verzamelen 'waarvan de belangrijkheid tengevolge van tijdelijk heersende tendensen niet voldoende wordt onderkend.'. In de praktijk kwam dit neer op het verzamelen van eigentijdse figuratieve kunst in de klassieke traditie. Op de Laak was later als hoogleraar verbonden aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam.

Het eerste collectieve protest tegen het beleid van Sandberg kwam van een groep Amsterdamse kunstenaars. In 1948 werd de vereniging De-Realisten opgericht door de schilders Nicolaas Wijnberg, Hans van Norden en Theo Kurpershoek. Zij wilden expressieve figuratieve kunst ontwikkelen als tegenhanger van de abstract werkende kunstenaars. Hun belangrijkste voorbeelden waren de Duitse expressionisten Campendonk, Fiedler en Beckmann.

Als laatste wapenfeit van de Realisten richtten Nicolaas Wijnberg, Hans van Norden en Harry op de Laak in 1965 de Amsterdamse galerie 'Kabinet Floret' op. Kunstenaars die daar exposeerden waren - na bovengenoemde - o.a. Kees Andrea, Hans Bayens, Herman Berserik, Jeanne Bieruma Oosting, Herbert Fiedler, Herman Gordijn, Theodorus Heynes, Arie Kater, Theo Kurpershoek, Hubert van Lith, Melle, Jan Mensinga, Willem van den Ouden, Jaap Ploos van Amstel, Teun Roosenburg, Co Westerik, Han Wezelaar en Carel Willink.

EXPOSITIE
TEKENINGEN - ETSEN - SCHILDERIJEN
HARRY OP DE LAAK