Zaterdag 10 oktober 2009 Aanvang 19.30
Diner met Brechtlieder
Ludy Rours en Han Linssen
Al jaren lopen we met het idee rond om een avond met Brechtlieder te organiseren. De Dreigroschenoper met muziek van Kurt Weill is nog steeds actueel. Zo stond het Berliner Ensemble op 21 tm 25 april in Amsterdam op de planken. Muzikaal gezien blijft men zich echter verslikken in Weills lepe kruisen en mollen. Zoals in de recensie van de Volkskrant van 17 april j.l. te lezen stond: Elke cabaretpianist herinnert zich de momenten dat hij ernaast greep in een Weill-lied, alleen maar omdat hij iets simpelers dacht te moeten doen dan er in werkelijkheid aan ritmen en akkoorden op papier staat. We hebben echter Ludy -een oude rot in het vak- bereid gevonden de vleugel te temmen. Han heeft een jarenlange ervaring als toonkunstenaar. Kijken of hij een eigen interpretatie brengt of dat hij -in de traditie van Lotte Lenya- met nog lager, heser en nog doorrookter zingen, nieuwe normen zet?

In 1928 vindt de premire van de Driegrosschenoper plaats, een bewerking van een Engelse opera uit de 18e eeuw (The Beggar's Opera). Brecht bewerkt de opera geheel naar eigen smaak. Met de Driegrosschenoper behaalde Brecht een van zijn grootste successen; een succes dat ook daarna in Duitsland zelden meer is gevenaard. De Driestuiveropera is een zeer maatschappijkritisch stuk. Brecht geeft af op de kloof tussen arm en rijk, de kleine burgermansmoraal, corruptie en de vruchteloze pogingen van mensen om naar het goede te streven. Bekende zin uit de opera: 'Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.
De componist Weill wordt vandaag de dag nog steeds boeiend gevonden, omdat hij n van de weinige componisten is die een hedendaagse opera zo toegankelijk weet te houden zonder plat commercieel te zijn. Hij zweeft tussen mysterie en herkenbaarheid, tussen humor en ernst, tussen naviteit en cynisme. Weill wordt door zijn Dreigroschenoper en de Mahagonny in een adem genoemd met Bertolt Brecht. Deze werken zijn echter maar een klein deel van het repertoire van n van de belangrijke 20ste-eeuwse componisten.Hij trouwde maar liefst tweemaal met zangeres Lotte Lenya.

Han Linsen studeerde aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, specialisatie Barokmuziek en Opera basisklas. Masterclasses bij Christina Deutekom, Elly Ameling en William Christie. Hij verleende zijn medewerking aan diverse producties op het gebied van oratorium, opera en musical en trad geregeld op als zanger bij De Nederlands Bachvereniging, het Utrechts Barok Consort en het Sweelinck Mannenoktet, De Nederlandse Opera en Theatergroep Hollandia, enz. Dit zowel in ensemble als solist.

Ludy Rours begon op zeer jonge leeftijd met zijn pianostudie. Toen hij 9 jaar werd ging hij naast pianolessen ook vioollessen volgen. Voorts blaasinstrumenten in de harmonie en fanfare. Het lag dus in de lijn der verwachting dat hij een muzikale beroepsopleiding zou gaan volgen. Op 14-jarige leeftijd werd hij toegelaten tot het Maastrichts Conservatorium, waar hij piano studeerde bij Jean Franssen en viool bij Jo Juda en Emanuel Koch. Eenmaal afgestudeerd combineerde hij een lespraktijk met het geven van concerten. Het pedagogische aspect van het muziekvak trok hem zodanig aan, dat hij daarin het accent van zijn werkzaamheden zocht en directeur werd van de Tegelse Muziekschool. Daarnaast bleef hij veelvuldig spelen, hoofdzakelijk als begeleider van zangers, instrumentalisten en koren.